Plan van aanpak voor de productie van een
Masterplan Almere Pampus
Auteur: Robert Leferink
Status:
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
Voortgang.
Concept 1 is besproken in overleg Almere - GOB 9 nov. 2006.
Concept 2 heeft gecirculeerd onder circa 25 betrokkenen; ontvangen reacties
zijn verwerkt.
Concept 3 is becommentarieerd door GOB, VenW, Flevoland (reacties zijn
verwerkt) en
besproken in de
Concept 4 is besproken in het opdrachtgeversberaad van het rijk en (met
aanpassingen)
goedgekeurd door de Task force Masterplan Almere Pampus dd. 8.3.2007.
Voorliggend definitief concept 5 wordt ter vaststelling aangeboden aan de
Colleges van B&W van
Amsterdam en Almere en GS van Flevoland.
Besluitvorming over dit plan van Aanpak gebeurt door:
1.
task force Almere Amsterdam Rijk.
?
8.3.2007
2a. B&W Almere
2b. B&W Amsterdam
2c. Rijk: opdrachtgeversberaad.
?
2d. GS Flevoland
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
2
Inhoudsopgave
1. Opdracht
3
2. Relatie met planontwikkeling Noordvleugel en Almere
7
3. Planproces
10
4. Projectorganisatie
13
5. Communicatie
15
6. Begroting
16
7. Planning
18
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
3
1.
Opdracht
1.1
Noordvleugelbesluiten
Het Masterplan Almere Pampus wordt opgesteld op grond van de
Noordvleugelbesluiten van de
regering, specifiek besluiten B2 t/m B9.
1
Het Masterplan moet, tezamen met de uikomsten van de OV-planstudie SAAL en de
IJmeer/Markermeerstudie, de basis leveren volgende stap in de besluitvorming
door Rijk en regio.
1.2
Opdracht en ambitie
In het Masterplan wordt vastgelegd in welke vorm en onder welke (externe)
condities Almere Pampus
(20.000 - 35.000 won.) als onderdeel van de metropool rond IJ en IJmeer
mogelijk is.
De Noordvleugelbesluiten van het kabinet en de consensus binnen de regio en
tussen regio en rijk,
die daaraan ten grondslag ligt, vormen een sterk vertrekpunt. De consensus
heeft betrekking op het
programma en de aantrekkelijkheid van het conceptuele beeld voor
verstedelijking in de Noordvleugel
1
Noordvleugelbrief, samenhang in ontwikkeling, aug. 2006.
B2. Rijk en regio zullen de ontwikkeling van de west- èn oostzijde van
Almere nader onderzoeken.
Onderdelen van dit onderzoek zijn: het mogelijk maken van een groei van 60.000
woningen,
integrale ontwikkeling van Pampus binnen- en buitendijks, Hout en Spiegelhout,
aanleg van een
IJmeerverbinding en een kwalitatieve opgave voor de stad als geheel.
B3. Gestreefd wordt naar een groei van 60.000 woningen in Almere in de periode
2010-2030. Een
nader uit te werken ontwikkelingsstrategie biedt ruimte voor een gefaseerde
groei. De planvorming
wordt inganggezet en uitgevoerd in het kader van het onderzoek dat onder punt
B2 is genoemd.
Daarbij wordt een flexibele strategie gehanteerd, waarbij steeds wordt getoetst
of de plannen aan
randvoorwaarden voldoen. Zonodig worden plannen aangepast. Er worden dus
afspraken over
beslismomenten gemaakt.
B4. Voor de westelijke ontwikkeling wordt een samenwerkingsverband tussen
Amsterdam, Almere
en Rijk opgericht in de vorm van een gezamenlijke task force. De plannen voor
de westelijke
ontwikkeling van Almere worden uitgewerkt in een gezamenlijk Masterplan
Pampus. Trekker van
dit plan is Almere, deelnemers zijn Amsterdam, regio en Rijk/GOB (zie B6). Het
Masterplan is medio
2007 gereed en gaat in op het programma voor het gebied (wonen, werken,
infrastructuur,
waterbeheer/strategische watervoorraad en ecologie), de ontwerpprincipes, de
planning en fasering,
de financiering en de ontwikkelingsstrategie.
B5. Na de planfase worden op basis van een goedgekeurd plan afspraken gemaakt
over de verdere
ontwikkeling van de daadwerkelijke uitvoering (onder meer opzet van de
projectorganisatie,
verantwoordelijkheidsverdeling en risicoverdeling).
B6. Het Rijk zal in de planvormingsfase en mogelijk ook de uitvoeringsfase het
Gemeenschappelijk
Ontwikkelingsbedrijf van het Rijk in zetten (GOB). Almere is met het oog hierop
als kandidaat-
project voor inzet van het GOB toegelaten tot de verkenningenfase. Private
partijen en overige
publieke partijen worden in een vroeg stadium betrokken en uitgedaagd tot
participatie.
B7. Op basis van het Masterplan Pampus, de brede Planstudie OV Noordvleugel
(zie B22) en een
nadere uitwerking van de regionale ontwikkelingsopgave IJmeer/Markermeer (zie B
13) zal vóór
2010 een principebesluit worden genomen over de eventuele buitendijkse
ontwikkelingen,
waaronder de locatie Pampus Buiten, de aanleg van een eventuele
IJmeerverbinding en
maatregelen voortvloeiend uit de regionale ontwikkelingsopgave
IJmeer/Markermeer.
B8. Afhankelijk van de uitkomsten van het Masterplan staat het Rijk open voor
participatie in de
realisering van onderdelen van het Masterplan Pampus.
B9. Uitvoeringsbesluiten worden genomen op basis van een sluitende business
case, nadat
bijdragen van partijen zijn vastgesteld.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
4
en het uitvoeren van nadere studies om de haalbaarheid vast stellen. Het
draagvlak voor
daadwerkelijk realiseren moet tot stand komen op basis van de studies. Sommigen
zien het huidige
draagvlak dat op basis van de Toekomstvisie en Verkenningen tot stand is
gekomen als sterk en
breed. Anderen ervaren de huidige consensus als broos of niet verder reikend
dan instemming over
nadere studie. In ieder geval vergt de volgende ronde besluitvorming dat de
onderbouwing meer
compleet, sterk en bestand tegen kritiek moet zijn.
Almere Pampus is een krachtig en verleidelijk beeld door het samenvloeien van
drie strategieën:
verbeteren ecologische kwaliteit en belevingswaarde natuur, ontwikkeling
stedelijke metropool
Amsterdam in de vorm van een rijk gevarieerde stad rond een stedelijke baai IJ
- IJmeer, de opname
van Almere in de metropool via aantakking aan een hoogwaardig vervoersnetwerk
en toevoeging aan
de stad van een hoogwaardige verstedelijkingsconcept en voorzieningen- en
werkgelegenheidsniveau.
Aan dit beeld ligt een ligt een stapel onderzoeksmateriaal, ontwerpstudies en
analyses ten grondslag,
maar er is nog geen sprake van een eenduidig door partijen onderschreven
ontwerp (programma,
stedenbouw, infrastructuur) of een uitgekristalliseerde
financieringsconstructie. Het Masterplan
benoemt de kritische succesfactoren en de bandbreedtes voor een coherent
ontwerp.
1.3
Afbakening van varianten
De alternatieven/varianten voor het Masterplan bewegen zich bìnnen het
samenhangende kader van:
+
bouwprogramma van 60.000 won. in Almere in de periode 2010 - 2030, verdeeld
over
bestaande stad, Poort, hout, oost en Pampus;
+
bouwprogramma van 20.000 35.000 won. in Almere Pampus;
+
integrale ontwikkeling van Almere Pampus binnen- en buitendijks, Hout en
Spiegelhout
2
+
IJmeerverbinding voor openbaar vervoer
3
;
+
kwalitatieve ontwikkeling Almere als geheel;
+
duurzame verbetering van de ecosystemen van IJmeer en Markermeer
4
.
Varianten zijn onderdeel van studies binnen het Masterplan. Naast diverse
varianten voor binnen- +
buitendijks wordt een ook een alternatief binnendijks (15.000 won.)
en zonder IJmeerverbinding
uitgewerkt. Het alternatief binnendijks is programmatisch een communicerend vat
met Oost.
Het plangebied ligt binnen de gemeentegrenzen Almere, maar het Masterplan
beschrijft ook de
voorwaardelijke, flankerende en mitigerende maatregelen buiten het directe
plangebied.
1.4
Weging van varianten / analyse van nut en noodzaak
De bestuurlijke besluiten over wel/niet ontwikkeling van Almere Pampus
buitendijks, die op basis van
het Masterplan en belendende studies worden genomen, moeten zijn gebaseerd op
een deugdelijke
en complete alternatievenweging en nut-en-noodzaak analyse in het kader van de
ruimtelijke
ordening, maar in het bijzonder in het kader van de natuur wet- en regelgeving.
Het Masterplan Almere Pampus levert voor de afweging de noodzakelijke
ingrediënten:
- alternatieven binnen het plangebied;
- milieueffecten binnen het plangebied.
Onderzoek naar milieueffecten en toetsing van wet- en regelgeving, waaronder
VHR, gebeurt in het
Masterplan; de weging van alternatieven gebeurt echter veelal op een hoger
schaalniveau.
De alternatievenweging voor de realisatie van 60.000 woningen in 2010
2030 binnen Almere
gebeurt binnen de Structuurvisie Almere 2030, waarin ook opgenomen de
ontwikkelingsmogelijkheden in Oost en stad.
Het onderzoek naar de cumulatieve milieueffecten van projectinitiatieven in
IJmeer/Markermeer,
noodzakelijk in het kader van de VHR, gebeurt binnen de
IJmeer/Markermeerstudie.
De alternatievenweging op het regionale schaalniveau moet onderdeel zijn van de
ontwikkeling van
het Ontwikkelingsbeeld Noordvleugel 2040.
1.5
Inhoudsopgave Masterplan
Het Masterplan beschrijft de relevante voorwaarden waaraan voldaan moet worden
in de ontwerpfase.
Hierbij moet gedacht worden aan de hoofdprincipes met betrekking tot de wijze
van land maken, de
2
3
Zie
De
Noordvlevoorstelleugelbn
hiertoe
esluit
woB2 rden
en B7.
ontwikkeld binnen de Planstudie OV Schiphol Amsterdam Almere
4
De
Lelystad;
voorstelle
Zie
n
Noordvleugelbesluit
hiertoe worden ontwikkB23. eld binnen de studie IJmeer/Markermeer; Zie
Noordvleugelbesluit B13.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
5
waterkeringen, de hoofd verkeersontsluiting, het ecologisch programma, het
functioneel programma,
de planning, het financieringsmodel en realiseringsstrategie, de
juridisch-planologische inbedding, etc.
Daarbij wordt in het Masterplan niet alleen rekening gehouden met vigerend
beleid, maar waar
mogelijk en nodig ook met toekomstig beleid, bijv. op het terrein van
waterhuishouding.
Het Masterplan is dus primair een beschrijving van programma, principes en
kaders, op basis waarvan
verdere planuitwerking kan plaatsvinden. Tegelijkertijd moet het Masterplan
echter ook al een
vergelijkbare verbeeldende kracht hebben en houden als het Atelier IJmeer tot
nu toe heeft
bewerkstelligd. Binnen de randvoorwaarden, die het Masterplan formuleert zullen
uiteenlopende
stedenbouwkundige uitwerkingen en detailleringen mogelijk blijven. In het
eindproduct wordt dit
zichtbaar door het opnemen van meerdere stedenbouwkundige verbeeldingen binnen
de
gelijkluidende bandbreedte van uitgangspunten.
Een indicatieve van de inhoudsopgave van het Masterplan is:
Stedenbouwkundig en programmatisch:
-
historische context plangebied (archeologie plangebied en onaffe
Zuiderzeewerken);
-
morfologische context (o.a. omliggend cultuurlandschap, waterhuishouding,
ecologische
waarden);
-
conceptontwikkeling metropool Noordvleugel (sociaal-economische betekenis);
-
conceptontwikkeling IJmeer als interstedelijke baai;
-
identiteit Almere Pampus;
-
voorlopige hoofdstructuur Almere Pampus;
-
voorlopige structuur hoofdontsluiting Almere Pampus;
-
voorlopige structuur natuurontwikkeling en waterhuishouding IJmeer /
Markermeer;
-
kaders voor energie en duurzaamheid (Natura 2000 gebied, waterhuishouding);
-
functioneel programma wonen, economisch, recreatief, sociaal en cultureel
(inventarisatie en
zonering naar functie);
-
typering woon-, werk en verblijfsmilieus;
-
(meervoudig) ruimtegebruik;
-
duurzaamheid, energie.
In deze opzet maken de natuurontwikkeling en IJmeerverbinding integraal
onderdeel uit van de
stedenbouwkundige opzet. Deze twee opgaven hebben een eigenstandige plaats in
het Masterplan.
De basisinformatie voor deze twee onderdelen moet onder andere aangeleverd
worden vanuit de
Planstudie OV en de regionale ontwikkelingsopgave IJmeer / Markermeer.
Civiel technisch:
-
geotechnische beschrijving plangebied;
-
modelontwikkeling waterhuishouding en watercompensatie;
-
modelontwikkeling landmaken, alternatieven (constructie of drijvend) en
mixvormen;
-
programma van eisen IJmeerverbinding;
-
inventarisatie kunstwerken;
-
inventarisatie utilitaire voorzieningen
-
alternatieven duurzame energievoorziening;
-
voorlopige hoofdstructuur kabels en leidingen.
Financieel:
-
planexploitatiebegroting Almere Pampus, met afbakening van nerzijds
toerekenbare kosten
aan een grondexploitatie en anderzijds overige noodzakelijke (voorwaardelijke)
investeringen
(i.h.b IJmeerverbinding en natuurinvesteringen IJmeer/Markermeer);
-
operationalisering grondwaardenafspraak rijk ten aanzien van Pampus;
-
markttechnische positie Almere Pampus ;
-
business case Almere Pampus. (Hiernaast wordt ook een business case voor de
gehele
schaalsprong Almere opgesteld, waarin de business case Pampus een module is).
Het gaat nog niet om het definitief vastleggen van concrete financiële
bijdragen. Het Masterplan moet
in essentie een financieel model beschrijven waarmee het project Almere Pampus
uitvoerbaar te
maken is. Op basis van een gevalideerde business case komen partijen tot
onderhandeling over
verdeling van kosten en risicos. Uitvoeringsbesluiten over de realisatie
van Almere Pampus worden
genomen nadat hierover overeenstemming is bereikt.
5
Planning, fasering en juridisch planologisch:
-
planning en fasering doorlooptijd project tot start realisatie;
-
inventarisatie te doorlopen procedures (mijlpalen en kritisch pad);
5
Zie Noordvleugelbesluit B9.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
6
-
risico-analyse VHR/KRW (op basis van input uit de IJmeer/Markermeerstudie);
-
stappenplan ontwikkeling deelgebieden/projecten.
Ontwikkelingsstrategie:
-
aard en inhoud van betrokkenheid marktpartijen;
-
rolverdeling publiek - publiek in ontwikkeling (rijk, regio, Almere);
-
verkennende scenarios samenwerking publiek privaat;
-
verkenning opdrachtgeverschap uitvoeringsfase (NV-Pampus en
varianten);
-
katalysatoren voor ontwikkeling (Olympische Spelen, World Expo,
);
-
communicatie en draagvlak;
-
aard en inhoud van betrokkenheid maatschappelijke organisaties;
-
risicoanalyse en risicobeheersingstrategie.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
7
2.
Relatie met overige planontwikkeling Noordvleugel en Almere
2.1
Schaken op meerdere borden
Het Masterplan Almere Pampus wordt ontwikkeld in een krachtenveld, waar
interactie tussen vier
schaalniveaus van planontwikkeling georganiseerd moet worden.
Hoewel er theoretisch sprake is van hiërarchie tussen de verschillende
niveaus, is dat in dit geval
geen middel voor structurering van de samenhang. De noodzakelijke
volgtijdelijkheid ontbreekt tussen
de verschillende schaalniveaus en de onderlinge afhankelijkheid van
programmatische en financiële
keuzes is te groot. De samenhang moet daarom worden georganiseerd langs de weg
van open
samenwerking en afstemming van onderzoeksopdrachten en resultaten.
Daarbij is niet zozeer de
vraag relevant op welk schaalniveau een bepaalde vraag wordt onderzocht, als
wel de afstemming
van een onderzoeksvraag voor gebruik op meerdere schaalniveaus.
Afstemming en keuzes vinden vooral plaats op de knooppunten van bestuurlijk
overleg.
De complexiteit die samenhangt met gelijktijdige planontwikkeling op meerdere
schaalniveaus zorgt
voor een hoge dichtheid van bestuurders en ambtelijke functionarissen in een
reeks van
overleggremia. Betrokkenen ontmoeten elkaar in uiteenlopende overleggen;
onderwerpen passeren
meerdere overlegtafels. Heldere afbakening van de bestuurlijke aansturing en
afstemming en een
transparante vorm van operationele coördinatie moeten zorgen voor
voortgang en slagvaardigheid.
Doordat zowel Rijk/GOB, Almere als Amsterdam op de verschillende schaalniveaus
opereren zijn
netwerkorganisatie en open informatiekanalen minstens zo belangrijk als formele
afstemmingsgremia.
2.2
Vier schaalniveaus
Masterplan Almere Pampus. Almere Pampus binnen- en buitendijks (20.000 - 35.000
won.) +
randvoorwaarden op hoger schaalniveau. Productie Almere, Rijk/GOB, Amsterdam.
Ontwikkelingsstrategie Almere Oost
. Productie: Almere in overleg met Rijk/GOB en regio.
Masterplan en Ontwikkelingsstrategie zijn beide onderdeel van de schaalsprong
Almere
60.000 won .
Structuurvisie Almere 2030: Integratiekader (WRO-product) voor de ontwikkeling
van de
gehele stad op basis van de schaalsprong 60.000 woningen. Productie: Almere
De inhoudelijke overlap en onderlinge afhankelijkheid tussen Masterplan en
Structuurvisie is
buitengewoon groot. Programmatische, infrastructurele, stedenbouwkundige keuzes
kunnen
niet anders dan gelijk oplopend binnen de processen van Structuurvisie en
Masterplan
genomen worden.
Zie ook: Plan van Aanpak Structuurvisie Almere 2030.
6
Sociale agenda dubbelstad Amsterdam & Almere
: Vanuit de sociale en economische
disciplines wordt verkend wat de sociaal-economische verbanden en verbinding
kunnen zijn
van de schaalsprong Almere als onderdeel van de metropolitane ontwikkeling.
Door een
vergelijking tussen de autonome demografische en sociaal-economische trends en
ontwikkelingsscenarios op basis van + 60.000 woningen kan in beeld worden
gebracht wat de
stuurknoppen zijn die sociaal-economische trends in de relatie Amsterdam
Almere
beïnvloeden. Deze analyse is input voor het Masterplan Almere Pampus.
Almere Pampus - IJmeer Markermeer OV planstudie SAAL.. De drie studies
worden op
basis de Noordvleugelbesluiten weliswaar naast elkaar uitgevoerd, maar kunnen
slechts in
onderlinge samenhang tot conclusies leiden en vormen gezamenlijk de basis voor
de
volgende ronde bestuurlijke besluitvorming. Onderzoeksmethodieken,
vraagstellingen en
tijdplanning moeten daarom afgestremd worden. Onderzoeksresultaten moeten
worden
gedeeld. Besluitvorming moet voor de drie studie in samenhang gebeuren: d.w.z.
dat
gelijktijdig en met gelijke informatie de bestuurlijke opdrachtgevers van de
drie studies
beslissingen nemen. Niet alleen na afronding van de studies, maar vooral ook in
de vorm van
tussentijdse sturing.
Noordvleugel / regio. Voorbereiding van Ontwikkelingsbeeld 2040.
Met name op
programmatisch vlak is er een wisselwerking met Masterplan Almere Pampus. Het
rijk maakt
zijn afweging op Noordvleugelniveau en beslist binnen dat afwegingskader.
6
Structuurvisie Almere 2010-2030 Plan van Aanpak, 30.11. 2006.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
8
2.3
Bestuurlijke verantwoordelijkheid en operationele afstemming
2.3.1
Noordvleugel en de drie studies
In de Bestuurlijke Kerngroep Noordvleugel van 6.12.2006 is overlegd over de
bestuurlijke afstemming
op Noordvleugelniveau; in de daarop volgende weken zijn de afspraken in overleg
met
vertegenwoordigers van het rijk verfijnd. Zie bijlage A.
2.3.2
De drie studies
Op Noordvleugelniveau komt een Bestuurlijk Overleg IJmeer / Stuurgroep Almere
Pampus IJmeer tot
stand, waarin de samenhang tussen de OV-planstudie, Masterplan Almere Pampus en
IJmeer/Markermeerstudie wordt afgestemd.
Overkoepelend voor de OV-planstudie, Masterplan Almere Pampus en
IJmeer/Markermeerstudie
functioneert een regionale Stuurgroep Almere Pampus IJmeer
, bestaande uit:
Rijk: V&W, LNV, GOB;
Provincies: Flevoland en Noord Holland;
Gemeenten: Almere en Amsterdam.
7
De bemensing van de stuurgroep is bij voorkeur gelijk aan de bemensing van de
opdrachtgeversgremia van de drie studies (of d.m.v. delegatie beperkter in
omvang dan de optelsom).
De Stuurgroep komt bijeen op het moment dat in de drie studies een fase wordt
afgesloten met
tussentijdse resultaten (accordering) en beslist moet worden over de volgende
fase (uitgangspunten).
De procesplanningen van drie studies worden daartoe op elkaar afgestemd
(synchrone
beslismomenten).
In een Bestuurlijk Overleg Almere wordt de samenhang tussen Masterplan Almere
Pampus, Visie
Almere Oost, Poort en bestaande stad gecoördineerd.
De projectmanagers van de drie zusterstudies werken nauw met elkaar samen in de
vorm van een
frequent (principe 2 maal per maand) afstemmingsoverleg. Ook uitwisseling van
informatie via
besloten internetsite (zie initiatief Flevoland), waar alle
projectgroepmedewerkers toegang hebben.
Voor werkoverleg, bestuurlijk overleg, workshops, ateliers,
publieksbijeenkomsten, wordt een
gezamenlijke locatie gebruikt, maar werkplekken vanuit de provincie en
rijkskantoren worden niet naar
deze gezamenlijke werkruimte verplaatst (zie 4.4)
De IJmeer/Markermeerstudie is recent gestart met een voorlopige projectgroep,
bestaande uit
provincies Flevoland, Noord Holland, Almere, Amsterdam, Rijk. Er is een
consultatieronde gestart en
het startproces leidt tot een Plan van Aanpak in feb. 2007. Op basis hiervan
volgt besluitvorming over
planproces, inhoudelijke afbakening onderzoeken, en formalisering
projectorganisatie. Wat betreft
waterpeil en waterhuishouding is de bandbreedte van toekomstige beleid (toek.
Beleidslijn Meren en
Delta) kaderstellend voor Masterplan Almere Pampus. Wat betreft waterkwaliteit
en ecologie is er
sprake van interactie tussen IJmeer/Markermeerstudie en Masterplan. Beide
studies moeten samen
de vraag beantwoorden of binnen het vigerend natuurregime door middel
natuurontwikkeling in
IJmeer/Marker, de (juridische) ruimte kan worden ontwikkeld voor
verstedelijking in het water en/of
welke mogelijkheden er zijn voor aanpassing van het natuurregime.
De Planstudie OV SAAL is al gestart.
8
De te onderzoeken varianten zijn gedefinieerd in overleg met
het Platform Bereikbaarheid Noordvleugel en betrokken bij het Masterplan Almere
Pampus. De
afstemming van de verdere uitwerking is reeds gestart in jan. 2006
(programmatische
invoergegevens, tracévarianten, brug/tunnel varianten). Afstemming
gebeurt behalve via het
projectleidersoverleg van de drie studies ook via informatie en
overleg van de contactpersoon tussen
PBN en rijk. Het discussiepunt over de termijnen van besluitvorming en aanleg
van een mogelijke
IJmeerverbinding is onderwerp van varianten en komt bestuurlijk aan de orde in
het
Bestuurlijk Overleg IJmeer / Stuurgroep Almere Pampus IJmeer. Hetzelfde geldt
voor de mogelijke
combinatie van de IJmeerverbinding (OV) met een regionale wegverbinding.
7
De betrokkenheid van de overige gemeentes rondom IJmeer/Markermeer gebeurt via
de drie studies tezamen
of langs de lijn van de studie IJmeer/Markermeer.
8
Zie: Projectplan Planstudie OV Schiphol Amsterdam Almere
Lelystad Fase 1, ministerie V &W, 20 nov.
2006.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
9
Juni 2007 start de tussentijdse besluitvorming na afronding van fase OV SAAL.
Dit is het moment voor
gelijktijdige en inhoudelijk afgestemde tussentijdse besluitvorming (afbakening
en trechtering van
alternatieven) in de drie studies OV-SAAL, Masterplan Almere Pampus,
IJmeer/Markermeer.
De ongelijke start van de drie projecten behoeft geen belemmering voor
afstemming te zijn als op
korte termijn (besluitvorming feb. 2007) alsnog via de Stuurgroep Almere Pampus
IJmeer de
afstemming gebeurt op het terrein van:
-
Onderzoeksvragen en methodieken;
-
Afbakening varianten;
-
Synchroniseren in de tijd van procesplanningen.
Hierna kunnen onderzoeksresultaten gedeeld worden, beoordelingen worden
afgestemd en integratie
in het planproces gebeuren via gezamenlijke workshops.
2.3.3
Masterplan Almere Pampus
Masterplan Almere Pampus wordt geproduceerd onder verantwoordelijk van een task
force
,
bestaande uit Almere, Rijk GOB, Amsterdam, plus de gedeputeerde Flevoland.
Binnen de task force is
Almere de trekker van het project. De task force komt in formele
besluitvormende vergadering in
principe 4 maal per jaar bijeen, voor de besluiten, die bij de overgang van de
verschillende fases in
het planproces moeten worden genomen (zie hfst.3 ). Eerste maal: januari 2007
voor de vaststelling
van het Plan van Aanpak. Tussen de formele vergaderingen komt de task force ook
nog eens
informeel bijeen voor bespreking van de voortgang en inhoudelijke
beraadslagingen. In totaliteit is er
vergadercyclus van circa eenmaal per zes weken.
Projectdirecteur Masterplan Almere Pampus is opdrachtnemer van de task force en
verzorgt
voorbereiding van de besprekingen en is verantwoordelijk voor uitvoering van de
besluiten. De
deelnemende partijen aan de task force brengen desgewenst agendapunten in via
de projectdirecteur.
De drie partijen in de task force zijn zelf verantwoordelijk voor overige
overleggen binnen hun
organisaties.
2.3.4
Structuurvisie Almere 2030
De afstemming met de Structuurvisie Almere 2030 gebeurt binnen de gemeente
Almere in het
portefeuillehoudersoverleg
.
9
De projectmanagers voor de Structuurvisie en het Masterplan werken
nauw met elkaar samen, waartoe zij o.a. een gezamenlijke huisvesting hebben.
Eenzelfde
inhoudelijke samenhang geldt voor de planontwikkeling Almere Oost en de
Structuurvisie. Via de
Structuurvisie verloopt dus binnen Almere de koppeling tussen de
planontwikkeling van Pampus en
Oost en de schaalsprong voor de stad als geheel.
De Sociale agenda dubbelstad Amsterdam & Almere wordt bestuurlijk getrokken
de sociale en
economische wethouders van beide steden en ambtelijk vanuit de diensten
Maatschappelijke
Ontwikkeling. De afstemming Met Almere Pampus kan gebeuren gebeurt door
vertegenwoordiging in
elkaars projectgroepen.
Afstemming met Almere Poort (programma, kustzone, tussenzone Pampushout)
gebeurt ad hoc via
de projectdirecteur.
2.3.5
Schaalsprong 60.000 woningen
De overall sturing van de planontwikkeling in het kader van de schaalsprong
Almere gebeurt in de
Bestuurlijk Overleg verstedelijking Almere
, waarin het Rijk op ministerieel niveau deelneemt. Dit
bestuurlijk overleg komt in principe 2 maal per jaar bijeen.
9
Zie notitie gemeente Almere: Aanpak Almeerse Noordvleugelbesluiten
programmaplan Almere in balans.
Conceptversie nov. 2006; besluitvorming B&W Almere verwacht dec. 2006.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
10
3.
Planproces
3.1
Structuur
Het proces bestaat uit drie hoofdfases:
Fase 1: Nader onderzoek en analyse
Fase 2: Ontwikkelingsvarianten
Fase 3: Constructie Masterplan
De tussenproducten aan het eind van een stap vormen de basis voor de sturing
van het planproces
door de task force.
3.2
Fase 1: Nader onderzoek en analyse
Fase 1 omvat achtereenvolgens:
1.1
Definitie status en kwaliteiten Masterplan
1.2
Formulering onderzoeksvragen
1.3
Uitvoeren onderzoeken, rapportages en analyse.
Fase 1.1 Definitie status en kwaliteiten Masterplan.
Het Masterplan definieert onder welke condities en met welke planinhoud de
ambitie uit de
Noordvleugelbesluiten voor Almere Pampus haalbaar is. Samenhangende analyse
tussen
planelementen en verdieping van kwaliteit onderscheiden het Masterplan van de
voorgaande
studiefase. Het Masterplan is het eerste integrale planproduct. Het biedt
inzicht in de samenhang op
de relevante terreinen:
functioneel programma (wonen, werken, sociaal/cultureel, recreatief), mede in
relatie tot
marktpotentie
sociaal-economisch en demografische ontwikkelingskaders
stedenbouwkundige hoofdprincipes
verkeerskundige hoofdontsluiting
programma natuurontwikkeling en waterhuishouding
kosten, opbrengsten en risicos
planning en fasering (totaal, deelgebieden, deelprojecten)
ontwikkelingsstrategie (publiek private samenwerking)
maatschappelijke en politiek haalbaarheid
Het Masterplan definieert de haalbaarheid in termen van bandbreedtes op al deze
terreinen én
definieert de voorwaardelijke condities op het hogere schaalniveau.
Ontwerpstudies zijn onderdeel
van de Masterplanfase, en stedenbouwkundige uitwerkingen illustreren de
principes in het
Masterplan, maar het Masterplan is geen stedenbouwkundig ontwerp.
Het proces begint met de vraag welke bestuurlijke beslissingen genomen gaan
worden genomen op
basis van het Masterplan Pampus. Die beslissingen bepalen de status van het
Masterplan. Voor de
bepaling van de status zijn relevant;
-
positionering als RO product (mede in relatie tot Structuurvisie Almere 2030);
-
positionering binnen de onderzoeks- en besluitvormingscyclus VHR;
-
positionering voor financiële besluiten.
Voorlopige referentie: Masterplan Zuidas. Een kaderstellend Masterplan, een set
van
randvoorwaarden met bandbreedte en beschrijving van onderlinge
afhankelijkheden, dat ruimte biedt
voor uitwerkingen en besluitvorming over een langere periode.
De kwaliteitseisen worden gedefinieerd op de terreinen:
Juridisch / planologisch, in het bijzonder toelaatbaarheid binnen VHR
(onderbouwing
maatschappelijke noodzaak, mitigerende maatregelen, effecten)
Programmatisch, incl. verkenning katalysatoren voor ontwikkeling (Olympische
Spelen, World
Expo,
)
Stedenbouwkundig
Infrastructureel en waterhuishoudkundig
Financieel / business case
Fasering (relatie tussen buitendijkse ontwikkeling met resp. Natuurrichtlijnen,
fasering ingrepen
IJmeer/Markermeer, en met fasering IJmeerverbinding;
Communicatie(draagvlak)
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
11
In deze eerste fase brengen Almere, Amsterdam, Rijk (GOB) elk hun doelen en
uitgangspunten in
voor het Masterplan. Deze vooraf ingebrachte doelen hanteren partijen als
maatlat voor hun
beslissingen in het verdere planproces.
Deze werkzaamheden in fase 1.1 worden afgerond met een inhoudsopgave (dummy)
van het
Masterplan. De dummy heeft communicatieve waarde en wordt gebruikt voor
ordening en
communicatie in verdere planproces.
Fase 1.2 Formulering onderzoeksvragen
Vervolgens wordt het beschikbare onderzoeks- en studiemateriaal geconfronteerd
met de
inhoudsopgave en kwaliteitseisen van het Masterplan. De beschikbare informatie
wordt samengevat
vatten en gevalideerd: managementsamenvatting van beschikbare kennis en
gegevens. Dit omvat
Verkenningen, Toekomstvisie en overige (voor)studies, waaronder ook relevante
alternatieve
planvoorstellen.
Methodiek:
Bureaustudie: opstellen managementsamenvatting bestaand beschikbaar materiaal.;
lessen uit
.: rijksprojecten, Almeerse planproducten,
Masterplan Zuidas, IJburg, Masterplan
Maasvlakte (VHR);
raadplegen van adviseurs VROM raad,Rijksbouwmeester, e.d. en hun deskundigen;
quick scan naar de sterke punten van de prijswinnende studies EO
Weijersstichting;
samenvatting relevante ontwikkelingsplannen Almere (i.h.b. Poort), Amsterdam,
regio:
programma en ontwerp/infrastructuur.
workshops / werkconferentie met interne deskundigen partijen task force en
externe
deskundigen (juridisch, markt, ecologie, communicatie). Gezamenlijke actie met
OV-planstudie,
en IJmeer/Markermeerstudie.
Toetsing bestaand materiaal aan juridisch / planologische kwaliteitseisen
(i.h.b. passende
beoordeling VHR). Beoordeling nut en noodzaak van een verkennende MER.
Resultaat:
Sterke (rijpe) aspecten: worden vaste punten voor het Masterplan
Omissies: worden opdracht voor nader onderzoek en ontwerp
Zwakke plekken: worden voorzien van second opinion of studie naar alternatief
Alternatieve opties: worden opdracht voor nader onderzoek en ontwerp
Fase 1.2 wordt afgerond met een beschrijving van de vaste punten voor het
Masterplan uit de
voorgaande fase, beschrijving vanuit te voeren onderzoeksopgaven en
alternatievenstudies. De
afstemming met OV-planstudie, IJmeer/Markermeerstudie en Sociale agenda
dubbelstad Amsterdam
& Almere krijgt vorm in een gezamenlijk onderzoeksvragenboek.
Meervoudig benodigde
onderzoeken worden toebedeeld aan één van de vier. Bijzonder
aandachtspunt is de verdeling van
onderzoek en analyse in het kader van de VHR tussen IJmeer/Markermeerstudie en
Masterplan,
mede vanwege het noodzakelijke onderzoek van de cumulatieve effecten van alle
relevante
planinitiatieven in het IJmeer/Markermeergebied.
Fase 1.3 Uitvoeren onderzoeken, rapportages en analyse.
Onderzoek- en ontwerpopdrachten op basis van het
onderzoeksvragenboek. Parallel op
deelterreinen, met gestructureerde wisselwerking.
Definiëren van kaderstellende randvoorwaarden (o.a.ecologie)
Facetstudies
Ontwerpstudies
Calculaties
Kansen en eisen uit OV-studie en groen/blauw studie (tussenstand)
Deze fase wordt afgerond met concept programmas van eisen op
deelterreinen, mogelijk met
varianten en bandbreedtes, met inbegrip van de onderlinge afhankelijkheden
wisselwerkingen.
Methodiek:
Onderzoekopdrachten en adviesaanvragen
Begeleiding door werkgroepen o.l.v. lid projectgroep
Werkbijeenkomsten en ateliers om samenhang te organiseren tussen onderzoek,
tekenen en
rekenen, dwarsverbanden te definiëren, creatieve varianten uit te lokken
Second opinions om zwakke plekken te analyseren
Praktijkproeven (gladmaken en/of natuurontwikkeling
Resultaat:
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
12
Het product van fase 1.3 bestaat uit onderzoeksrapporten en gebundelde
programmas van eisen op
deelterreinen met beschrijving onderlinge afhankelijkheden,
synergiemogelijkheden en
tegenstellingen. In dit stadium zeker nog met meervoudige opties, varianten en
bandbreedtes.
Fase 1 wordt afgesloten met besluiten over de nader te onderzoeken
ontwikkelingsvarianten.
Nb. Wanneer deskstudies onvoldoende valide resultaten opleveren op gebied van
landmaken en/of
effecten van voorinvestering in natuurontwikkeling (VHR), worden
praktijkproeven bepalend voor
oordeel over haalbaarheid en moeten proces en tijdplanning hierop worden
aangepast.
3.3
Fase 2: Ontwikkelingsvarianten
Dit is de fase van rekenen en tekenen, op totaalniveau van Almere Pampus. Op
grond van de in de
eerste fase benoemde vaste punten plus de programmas van eisen uit de
onderzoeksfase wordt
gelijktijdig en parallel gewerkt aan:
Stedenbouwkundige concepten in wisselwerking met Structuurvisie Almere 2030;
Business case. (in wisselwerking met Almere Oost, c.q. totaal programma
schaalsprong).
Methodiek:
Ontwerpatelier en/of meervoudige opdracht ; trefwoorden: competitief, creatief,
open.
Business case: enkelvoudige opdracht met second opinion; in wisselwerking met
business
case voor de totale schaalsprong 60.000 woningen.
Rekenen en tekenen op schaalniveau Masterplan + OV + groen/blauw: aanzet voor
brede
kosten baten analyse.
Rekenen op combinatie Almere Pampus en Almere Oost, d.w.z. totaal programma
schaalsprong 60.000 woningen
De werkzaamheden worden geleid door de projectdirecteur en leden van de
projectgroep. Overwogen
kan worden een externe stedenbouwkundige aan te trekken voor de leiding van de
ontwerpateliers
(nader te beslissen en bij voorkeur dezelfde ontwerper als betrokken bij de
Structuurvisie Almere
2030).
Resultaat: conceptuele varianten voor een Masterplan
.
Fase 2 wordt afgesloten met besluiten over de varianten die een plek moeten
krijgen in het
Masterplan.
3.4
Fase 3: Constructie Masterplan
De varianten voor een concept Masterplan worden getoetst en beoordeeld.
Integratie met de
voorlopige uitkomsten OV-studie en groen/blauw studie.
wordt afgerond met conclusies voor herziene planvarianten voor Masterplan en/of
OV-studie en/of
groen/blauw studie.
Toetsing
Advies
Debat
Confrontatie en integratie voorlopige uitkomsten OV-studie en groen/blauw
studie
Stedenbouwkundig concept + business case
Programmas van eisen op deelterreinen
Abstractie tot Masterplan, conform inhoudsopgave uit fase 1
Fase 3 wordt afgesloten met de vaststelling van het Masterplan.
De projectopdracht is voltooid als het opgeleverde Masterplan Almere Pampus de
instemming heeft
van de Regionale stuurgroep Almere Pampus IJmeer en is goedgekeurd door het
Bestuurlijk Overleg
Almere. Het daarna volgende overleg en besluitvorming tussen partijen, zoals
bedoeld in de
Noordvleugelbesluiten B5 t/m B9, maakt geen onderdeel uit van de
projectopdracht, maar volgt na
oplevering van het Masterplan.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
13
4.
Projectorganisatie
4.1
Uitgangspunten
De projectorganisatie Masterplan Almere Pampus functioneert onder
verantwoordelijkheid van de task
force Masterplan, waarbinnen Almere als trekker optreedt.
Projectdirecteur Masterplan Almere Pampus is opdrachtnemer van de task force.
en verzorgt
voorbereiding van de besprekingen en is verantwoordelijk voor uitvoering van de
besluiten.
De projectdirecteur is verantwoordelijk voor de volgende aspecten en legt
daarover
verantwoordelijkheid af aan de task force:
leiding van het planproces
opdrachtverleningen binnen het planproces
managementrapportages aan de task force
voorbereiding van besprekingen en beslispunten van de task force
implementatie van besluiten van de task force in het planproces
opstellen projectbegroting en budgetverantwoordelijk (verplichtingen)
afstemming met OV-planstudie SAAL en de IJmeer/Markermeerstudie
communicatie
De projectdirecteur werkt met een klein eigen stafbureau, in principe bestaande
uit:
secretaris / ass. Manager,
office manger,
communicatie adviseur.
In het productieproces van het Masterplan worden drie processen onderscheiden:
-
kennis opbouwen;
-
discussie en afweging;
-
beslissingen over keuzes opties.
Deze drie processen hebben een onderscheiden plek in de procesorganisatie.
Kennis opbouwen gebeurt via de projectgroep en daaraan gehangen onderzoeken,
workshops,
toetsingen, etc.
Discussie en afweging gebeurt in ateliers, met interne en externe partijen en
via
communicatieactiviteiten.
Beslissingen worden genomen door de task force, waarbij de projectdirecteur
zorgt draagt voor
agendering en voorbereiding en waarborgt dat alle relevante feiten en
argumenten bij de beslissingen
worden betrokken. Hij verzorgt de implementatie van gemaakte keuzes in de
projectorganisatie.
Cruciaal is dat in de projectgroep niet wordt onderhandeld tussen partijen, dus
niet krampachtig
gewaakt hoeft te worden over posities, maar kwaliteit en volledigheid van
onderzoek en ontwerpopties
centraal staan.
4.2
Projectgroep
Een multidisciplinaire projectgroep vormt het hart van het productieapparaat .
De projectgroep is een
team onder leiding van de projectdirecteur, waarin zowel de belangrijkste
expertiseterreinen als de
drie samenwerkende partijen (Rijk, Almere, Amsterdam) vertegenwoordigd zijn. De
projectgroep
produceert in teamverband het Masterplan. Leden van de projectgroep verzorgen
deelproducten, o.a.
door leiding te geven aan onderzoeks- en ontwerpopdrachten; de projectgroep als
geheel zorgt voor
integrale beoordeling en afweging.
De projectgroep bestaat uit de volgende vaste leden, ad hoc aangevuld met
anderen:
stedenbouw en integratie: Almere - DSO en Amsterdam - dRO;
Verkeer & vervoer: Almere DSO;
IJmeer/Markermeerstudie / milieu: Almere ROM (tevens liaison naar kerngroep
IJmeer/Markermeerstudie
Financieel en business case: Rijk - GOB en adviseur Amsterdam - OGA
Civiele techniek: Amsterdam - IBA en ad hoc reg. dir. RWS;
Juridisch (RO en natuur wet- en regelgeving): Rijk GOB en ad hoc Almere
DSO;
Planner: Almere PMB;
Sociaal/cultureel en economisch: op agendabasis: Almere DMO en EZ;
Overige vakgebieden en portefeuilles op ad hoc basis.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
14
De samenstelling van de projectgroep kan wijzigen bij de overgang van planfase
1 naar fase 2 of 3.
De projectgroep laat zich via klankbordbijeenkomsten voeden met deskundigheid
en creativiteit uit de
bredere achterban van de drie partijen.
4.3
Externe verbindingen
De projectgroep is ambtelijk. Maar er moeten ook werkverbanden ontstaan met
externe partijen. Meer
dan alleen klankbordfunctie, maar ook samenwerken in onderzoek en uitwerking.
Het werkverband
met Natuurmonumenten verloopt primair via de IJmeer/Markermeerstudie. Voor de
terreinen
economisch programma, onderwijs/zorg, recreatie/toerisme, marktverkenning
woonprogramma zijn
KvK, partijen rond de Toekomstvisie, brancheorganisaties samenwerkingspartners.
4.4
Huisvesting
De projectgroep Masterplan Almere Pampus betrekt een gezamenlijke huisvesting
met de
projectgroep Structuurvisie Almere 2030. Deze huisvesting biedt ook de
gezamenlijke workshop- en
vergaderruimtes ruimtes met projectgroepen voor het OV-planstudie SAAL en de op
basis van
flexibele werkplekken werkruimte voor IJmeer/Markermeerstudie, GOB en RWS en
bij voorkeur ruimte
voor publieke bijeenkomsten.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
15
5.
Communicatie
Communicatie gebeurt permanent en parallel met de verschillende stappen in de
planontwikkeling.
In fase 1 wordt daartoe een communicatieplan opgesteld. Dit gebeurt zoveel
mogelijk voor de trits
Masterplan OV IJmeer/Markermeer tezamen dus door de betrokken
projectmanagers en partijen
tezamen, waarbij de rol van betrokken partijen in het communicatietraject wordt
uitgewerkt.
De productie van het Masterplan is, zeker in het begin, in hoge mate een intern
proces met onderzoek
op verschillende vakgebieden. Belangrijk is dat in deze fase de ambitie niet
verdampt .Hier past het
beeld van de aorta bij domino day: parallel aan de onderzoeken en
analyse wordt het ambitieuze
beeld van de stedelijke baai en het samengaan van natuurontwikkeling en
metropoolontwikkeling
levend gehouden. Parallel aan de onderzoeken op deelterreinen wordt door middel
van
multidisciplinaire ateliers verder gewerkt aan het uitdiepen van de synergie
tussen de drie sporen.
Daarbij worden ook de maatschappelijke partners die de Toekomstvisie dragen
verder betrokken.
Door deelname aan ateliers kunnen organisaties als Natuurmonumenten hun rol als
nauw betrokken
adviseur nemen.
Er worden drie clusters communicatiedoelen met verschillende doelgroepen en
instrumenten
onderscheiden.
1.
Externe partners in de planontwikkeling
Brancheorganisaties marktpartijen
Dragers van de Toekomstvisie
KVKs
Doel: betrokkenheid in de planontwikkeling, medeverantwoordelijkheid en
initiërend.
2.
Het vakdebat
Doel: kritische reflectie op de plankwaliteit en kwaliteitsverbetering
NB. EO Weijersstichting organiseert voorjaar 2007 een landelijk debat.
3.
Maatschappelijke organisaties en bevolking
bevolking Almere (via communicatieprogramma van de Structuurvisie Almere 2030)
bevolking Waterland, Diemen, Muiden, IJburg
bevolking regio
Platform Natuurontwikkeling (partner IJmeer/Markermeerstudie)
de echte tegenstanders
maatschappelijke belangenorganisaties
opinion leaders
Doel: informeren, debat en discussie, draagvlak creëren.
Uitwerking gebeurt in een Communicatieplan, direct na de vaststelling van dit
plan van Aanpak.
Voorschot op het communicatieplan:
-
Flevoland heeft het initiatief genomen voor een internetsite, die naast een
besloten deel voor
informatie-uitwisseling tussen projectorganisaties, een publiek deel zal
kennen. Het publieke
deel wordt gebruikt voor publicatie van basisinformatie en voor discussie en
debat. Deze site
kan een gezamenlijke site worden van IJmeer/Markermeerstudie en Masterplan
Almere Pampus
en bij voorkeur ook OV-planstudie.
-
De projectdirecteur zal periodiek, tenminste maandelijks, een voortgangsbericht
maken, dat
verspreid wordt onder iedereen die betrokken is of wil zijn bij de ontwikkeling
van het
Masterplan. Hiermee worden alle relevante organisatieonderdelen op de hoogte
gehouden. Het
biedt iedereen gelegenheid om te reageren met ideeën en suggesties of
voorstellen voor
overleg.
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
16
6.
Begroting en budgetbeheer
6.1
Kostenverdeling
Het werkbudget voor de opstelling van het Masterplan wordt verstrekt door
Almere,
Amsterdam, Rijk, conform Noordvleugelbesluit.
Bijdragen kunnen in de vorm van geld en in de vorm van vouchers
voor in te huren capaciteit van
eigen organisatieonderdelen. Deze vouchers worden op basis van afgesproken
uurtarieven
omgerekend. Bijdragen van de partijen (geld en vouchers) worden samengevoegd in
een
projectbudget. Projectdirecteur manager Masterplan is budgethouder van het
projectbudget en beslist
dus ook over de opdrachtverleningen in het kader van beschikbaar gestelde
werkcapaciteit.
6.2
Begroting
Onderstaande begroting heeft een voorlopig karakter, omdat wijzingen kunnen
optreden, met name in
fase 1.2 van het planproces: vaststellen van aard en omvang van de te
verrichten onderzoeken en
toedeling van onderzoeken over Masterplan Almere Pampus en zusterprojecten.
De vaste kosten zijn gebaseerd op een doorlooptijd van 18 maanden.
Raming excl. BTW (mede afhankelijk van samenwerkingsconstructie tussen
partijen).
Startfase:
opstellen Plan van aanpak
40.000
Projectorganisatie
Huisvesting
40.000
Kantoor- en vergaderkosten, incl. vergaderkosten task
force
25.000
Medewerkers projectbureau:
Directeur (0,8 fte), Secretaris/ass.manager (1 fte),
Secretariaat (0,5 fte), Communicatiemedewerker (0,4 fte),
Planner en ad hoc versterking (0,5 fte gemiddeld)
490.000
Leden projectgroep (gemiddeld 0,3 fte) (uitgaande van
doorbelasting vanuit de drie partijen)
550.000
Totaal projectorganisatie
1.105.000
Fase 1 Onderzoek en analyse
1.1 Definitie status en kwaliteiten Masterplan
Extern advies (juridisch planologisch)
10.000
1.2 Formulering onderzoeksvragen
Extern advies
10.000
1.3 Onderzoeken en analyse
onderzoeken civiel, incl. water, ecologie, energie
200.000
onderzoek ontwerpvraagstukken
100.000
onderzoek juridisch, analyse VHR
40.000
onderzoek planexploitatie
40.000
onderzoek programma
50.000
onderzoek overig
50.000
toetsing, 2nd opinion en advies, workshops
50.000
Totaal fase 1
550.000
Fase 2 Ontwikkelingsvarianten
Stedenbouwkundige ontwerpopdrachten
240.000
Uitwerking civiel en ecologie
90.000
Business cases
60.000
Marktverkenning
50.000
Verkenning PPS en realiseringsstrategie
30.000
Ateliers en second opinions
50.000
externe stedenbouwkundige voor leiding ontwerpateliers
PM
Totaal fase 2
520.000
Fase 3 constructie Masterplan
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
17
Stedenbouwkundig ontwerp
150.000
Planexploitatie en business case
50.000
Juridische toetsing en advies
20.000
Fasering en planning
50.000
Ateliers en advies
20.000
Masterplan: redactie, vormgeving, produktie,
presentatiemateriaal
70.000
Totaal fase 3
360.000
Communicatie
: communicatieplan, informatiemateriaal,
website, bijeenkomsten
150.000
Onvoorzien en uitloopkosten
150.000
Totaal (ex BTW)
2.875.000
6.3
Verdeling over de jaren 2007 en 2008
Voor de verdeling over de jaarschijven zijn de volgende uitgangspunten
gebruikt.
Startfase: 100% 2007;
Projectorganisatie: 60% 2007 en 40% 2008;
Fase 1: 100% 2007
Fase 2: 80% 2007 en 20% 2008;
Fase 3: 100% 2008
Communicatieplan: 50% 2007 en 50% 2008;
Onvoorzien en uitloopkosten: 100% 2008.
Dit leidt tot de volgende verdeling over de begrotingsjaren:
Begroting 2007: 1.744.000,-
Begroting 2008: 1.131.000,-
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
18
7.
Tijdplanning
7.1
Premisse
Het GO besluit voor de opstelling van het Masterplan kan niet eerder worden
genomen dan nadat
tussen Almere (Amsterdam) en regering overeenstemming is bereikt over de
verkeersontsluiting die
passend is voor de schaalsprong van 60.000 woningen.
10
Onderstaande planning gaat uit van
bereikte overeenstemming medio jan. 2007.
7.2
Kenmerken planning
De procesplanning is zo opgezet, dat tijdens de ontwikkeling van het Masterplan
tussentijds bestuurlijk
(bij)sturing mogelijk is. Dit kan leiden tot een aangepaste planning. De
momenten van bestuurlijke
bijsturing zijn gemarkeerd op grond van de onderscheiden fases in het
planproces. De tijdstippen zijn
gekoppeld aan de vergadercyclus van de task force Masterplan en de Stuurgroep
Almere Pampus
IJmeer.
7.3
Tijdplanning op hoofdlijnen
Fase / activiteit
tijd
Opstellen Plan van Aanpak en
projectbegroting
Nov. 2006 - Jan. 2007
Besluitvorming: vaststellen Plan
van Aanpak
Jan. 2007
Fase 1: Nader onderzoek en
analyse
Besluitvorming: te onderzoeken
varianten
Juni 2007
Fase 2: Ontwikkelingsvarianten
Besluitvorming: variantkeuze
Dec. 2007
Fase 3: Constructie Masterplan
Besluitvorming: Vaststellen
Masterplan
April 2008
Communicatie
?
Processchema: zie bijlage.
10
Zie motie gemeenteraad Almere 19.10.2006.
B.O. Almere
Ontw. Utr.
Verk. Utr.
Zuidas
B.O. IJmeer
A.
B.O. Noordvleugel
B.
Regiegroep Noordvleugel
C.
Regionale Coördinatiegroep
D.
Rijks proj. leiders-overleg
Noordvleugel
E.
Regionaal Proj.
leidersoverleg + GOB
Planstudie
OV SAAL
SAA
IJmeer /
Markermeer
Poort
Masterplan
Pampus
Centrum
Visie Oost
HMM-BS
Schiphol
Structuurvisie 2030
F.
Platform
Regionale ontwikkeling
Bijlage A. ORGANISATIESCHEMA
samenhang programma Noordvleugel met de projecten Masterplan Pampus,
Ontwikkelingsvisie IJmeer/Markermeer en Planstudie OV-SAAL
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
20
Masterplan Almere Pampus: Samenhang en afstemming met andere projecten
Projecten: Inhoudelijke + bestuurlijke samenhang
jan-07
feb-07
apr-07
jun-07
dec-07
apr-08
Masterplan Almere Pampus (MAP)
Vaststelling PvA en begroting
Fase 1: Nader onderzoek en analyse
Definitie status en kwaliteiten Masterplan
Formulering onderzoeksvragen
Uitvoeren onderzoeken, rapportage,analyse
Fase 2: Ontwikkelingsvarianten
Ontwerpvarianten
Rekenen en tekenen
Business case
Fase 3: Definitief concept Masterplan
Confrontatie met OV SAAL en IJmeer M.
Stedenbouwkundig concept en business case
PvE's op deelterreinen
Planstudie OV SAAL fase 1
Fase: concipiëren
Rapportage FPVE NoRegretPakket
Voorkeursvariant 2020
Keuze Verkeer en Vervoermodel
Fase: integreren, Uitwerken en Selecteren
Deelrapportages Vervoer en Infra&inpassing
Advies Prorail Haalbaarh.Weesp/Schipholtunnel
Fase: Rapporteren en eindproducten
Eindrapportage SAAL fase 1
Besluitvorming planstudie SAAL fase 1
gekoppeld aan besluitvorming MIT
Gremia?
OV SAAL fase 2
Planning?? Mijlpalen en produkten? Voorkeursvariant 2020 en kansrijke
oplossingen 2030
start fase 2?
IJmeer Markermeerstudie
Plan van Aanpak
Fase 1:
Planning mijlpalen nader aan te geven??
Fase 2:
Fase 3:
Projecten: Inhoudelijke relatie met MAP
Structuurvisie Almere 2030
Fase:
Planning mijlpalen 5 fasen; afronding december 2008
Ontwikkelingsstrategie Almere Oost
Fase
Project moet nog starten; planning??
Sociale agenda en strategie
Inclusief soc/econ en demografische analyse
Fase 1: Sociale vraagstukken in kaart
Fase 2: Sociale agenda en strategie
Fase 3: Plan van Aanpak
Implementatie
relatie met overige plannen/studies
Schaalsprong Almere
Proces nader in te plannen
Projecten: eenzijdige relatie met MAP (MAP = input voor structuurschetsen)
Structuurschetsen Noordvleugel /Regio
A : Ontwikkelingsbeeld 2040
Nader te bepalen; planning vooralsnog volgend op andere projecten
Bestuurlijke Besluitvorming
Task force Masterplan Pampus
18-jan
15-feb
Regiegroep Almere Pampus IJmeer
Bestuurlijk Overleg Verstedelijking Almere
Versie 25 januari 2007; PM B Nelleke Stelling
Plan van aanpak Masterplan Almere Pampus
Versie 05 - definitief concept goedgekeurd door Task force Almere Pampus
8 maart 2007
22